Veelgestelde vragen
Een groeistrategie beschrijft wat je wilt bereiken, met welk doel en binnen welke tijd. Zonder die keuze reageer je vooral op wat er op je pad komt, in plaats van zelf te sturen.
Het Greiner-model onderscheidt in de oorspronkelijke versie vijf fases: de pioniersfase (jij doet alles zelf, inclusief de vloer vegen), de sturingsfase (de eerste vaste afspraken en systemen), de delegatiefase (verantwoordelijkheid uit handen geven, wat lastiger is dan het klinkt), de coördinatiefase (procedures om het overzicht te houden) en de samenwerkingsfase (teams die ook draaien als jij een weekje op een onbereikbaar eiland zit). Je hoeft ze overigens niet allemaal te doorlopen. Bewust klein blijven is net zo goed een strategie. En scheelt je een hoop vergaderingen.
Extra kapitaal wordt relevant zodra groei geld kost dat je nog niet hebt binnengehaald. Denk aan het aannemen van personeel, het uitbreiden van voorraad, een grote order die je cashflow leegzuigt, of het betreden van een nieuw marktsegment. Wacht je tot het al krap is, dan ben je te laat. En dat merk je meestal op precies het moment dat je het geld het hardst nodig hebt.
Winst op papier betaalt je rekeningen niet, hoe fraai die jaarcijfers er ook uitzien in een presentatie. Klanten betalen later dan jij je leveranciers moet betalen, en die kloof wordt breder naarmate je harder groeit. Een buffer of werkkapitaalfinanciering, zoals een Flexibel Zakelijk Krediet, voorkomt dat je cashflowprobleem groeit in plaats van je bedrijf.







