Wil je de cashflow van je eigen onderneming berekenen? Daarvoor gebruik je de volgende formule:
Cashflow = inkomsten – uitgaven
Je kunt zelf een periode kiezen, bijvoorbeeld een maand, kwartaal of jaar. Laten we uitgaan van een maand. In deze maand komt er € 7.000 binnen aan facturen die je klanten betalen. Er gaat € 4.000 uit aan kosten zoals huur, inkoop en verzekeringen. Je cashflow die maand is € 3.000.
Nu komt er een mindere maand aan. Je hebt wel facturen gestuurd, maar je klanten zijn massaal op vakantie en hun betaling laat op zich wachten. Je krijgt daarom maar € 2.000 binnen. Ondertussen blijven je kosten stabiel op € 4.000. Je cashflow deze maand is € – 2.000.
Komen de volgende maand de betalingen ineens allemaal tegelijk binnen, dan is de kans groot dat je cashflow die maand opeens weer dik in de plus zit. Eén keer een negatieve cashflow is daarom meestal geen probleem. Is het structureel, dan is dat een teken om actie te ondernemen.