Het lage-inkomensvoordeel (LIV) was jarenlang een fijn fiscaal extraatje voor werkgevers met mensen in de lagere loonschalen. Maar per 1 januari 2025 is het klaar. In dit artikel lees je hoe de regeling in z’n werk ging, waarom-ie verdwijnt en wat je nu nog moet regelen om geen geld te laten liggen.
Het lage-inkomensvoordeel (LIV) was een bonus voor werkgevers die medewerkers op of net boven het minimumloon in dienst hadden. De overheid beloonde goed werkgeverschap met een automatische tegemoetkoming via de Belastingdienst en UWV.
Jij hoefde niks aan te vragen: als je loonaangifte klopte en je werknemer aan de voorwaarden voldeed, kreeg je het voordeel vanzelf uitgekeerd via het UWV. Maar vanaf 2025 is het game over. Het LIV is afgeschaft. Maar daarover zo meer.
De regels waren streng maar simpel. Geen goedkeuring? Geen cent. Alleen als jij en je werknemer aan alle voorwaarden voldeden, kreeg je dat fiscale extraatje. Dit waren de eisen:
- Uurloon tussen de €12,46 en €12,96 (2024). Valt je werknemer binnen deze loongrenzen? Dan ben je nog in de race. Lager dan het minimumloon? Dan val je af. Hoger dan 104% van het WML? Helaas, te duur voor het LIV.
- Minstens 1.248 verloonde uren per jaar. Dat is gemiddeld zo’n 24 uur per week. Alle betaalde uren telden mee: ook vakantiedagen, ziekte en ander verlof.
- Werknemer verzekerd voor werknemersverzekeringen en geen AOW’er. Dat betekent: geen freelancers, geen studenten zonder vast dienstverband, en geen medewerkers die al met pensioen zijn.