Ga naar content
Bekend van o.a.

Wat is leverancierskrediet?

Je denkt er misschien niet dagelijks bewust aan, maar als ondernemer maak je er waarschijnlijk regelmatig gebruik van: leverancierskrediet. Dat tijdelijke uitstel kan een wereld van verschil maken voor je cashflow. Zeker wanneer je wilt groeien, voorraad moet inkopen of een mindere periode wilt overbruggen.

Het is eigenlijk heel simpel: je ontvangt producten of diensten, maar betaalt pas later. Je leverancier geeft je dus tijdelijk krediet. Je kunt het zien als tijdelijk uitstel van betaling. Je krijgt geleverd en rekent later af. Niet via een bank, maar gewoon via je leverancier.

Meestal spreek je een termijn af van bijvoorbeeld 14, 30 of 60 dagen. In die periode heb jij de producten al in huis, maar staat de betaling nog even op pauze. Hoe langer die periode, hoe meer ruimte je tijdelijk in je cashflow creëert.

Voor startende ondernemers kan dat nét het verschil maken tussen wel of geen voorraad inkopen. Voor gevestigde bedrijven kan het helpen om groei te financieren zonder direct extra externe financiering aan te trekken. Het principe is eenvoudig, maar de impact op je liquiditeit kan groot zijn.

Belangrijk om te onthouden: het blijft krediet. Dat betekent dat je verplichting gewoon blijft staan, alleen verschuift het moment van betalen.

Leslie-Korteweg
  • Leslie
  • Content Manager

Twee soorten leverancierskrediet

Je ziet verschillende leverancierskrediet voorbeelden in de praktijk: tussen ondernemers onderling (B2B) en tussen ondernemer en consument (B2C).

B2B:

Bij B2B gaat het om een zakelijke relatie. Een groothandel levert bijvoorbeeld producten aan een winkel en stuurt een factuur met 30 dagen betalingstermijn. Een bouwmaterialenleverancier geeft een aannemer 60 dagen om te betalen. Dat is gewoon een afspraak tussen twee bedrijven: nu leveren, later afrekenen.

B2C:

Bij B2C werkt het andersom. Denk aan een consument die bij een webwinkel kiest voor achteraf betalen. De ondernemer verstrekt dan krediet aan de klant. Dit noemen we consumptief leverancierskrediet. Voor ondernemers is vooral de B2B-variant relevant, omdat die direct invloed heeft op hun werkkapitaal en liquiditeitspositie.

Het principe is in beide gevallen hetzelfde: levering nu, betaling later. Alleen verschilt de context en het risicoprofiel.

Tip: De overheid moet facturen binnen 30 dagen betalen. Gemeenten halen die norm lang niet altijd. En ook grootbedrijven zaten gemiddeld boven de wettelijke termijn richting het mkb. Met andere woorden: wachten op je geld is in Nederland geen zeldzaamheid.

Leverancierskrediet berekenen: zo werkt het

Wil je weten hoeveel ruimte je daadwerkelijk krijgt van je leveranciers? Dan kun je het leverancierskrediet berekenen aan de hand van je openstaande crediteuren en je gemiddelde inkopen.

De formule is vrij eenvoudig:

Totale openstaande facturen bij leveranciers ÷ gemiddelde dagelijkse inkopen × 365

Stel dat je € 36.500 aan openstaande leveranciersfacturen hebt en je koopt gemiddeld voor € 1.000 per dag in. Dan ziet de berekening er zo uit:

€ 36.500 ÷ € 1.000 × 365 = 36,5 dagen

Dat betekent dat je gemiddeld 36,5 dagen gebruikmaakt van uitgestelde betaling. Met andere woorden: je leverancier financiert je bedrijfsvoering iets meer dan een maand.

Dit getal wordt ook wel je gemiddelde betalingstermijn aan crediteuren genoemd. Hoe hoger het aantal dagen, hoe langer je gebruikmaakt van leverancierskrediet. Dat kan gunstig zijn voor je liquiditeit, maar het is geen wedstrijd. Structureel extreem laat betalen kan je relatie met leveranciers onder druk zetten. Het doel is balans: voldoende ruimte in je cashflow, zonder dat je afhankelijk wordt van uitstel.

BridgeFund-retail-02

Waarom kan dit aantrekkelijk zijn?

Voor veel ondernemers is dit één van de snelste manieren om financiële ruimte te creëren zonder direct extra geld aan te trekken. Je ontvangt voorraad of diensten, maar je cash blijft nog even op je rekening staan. Dat geeft flexibiliteit.

Zeker wanneer je producten sneller verkoopt dan je ze hoeft te betalen, kan dit gunstig uitpakken voor je liquiditeit. Je genereert omzet voordat de factuur vervalt. Dat maakt het een praktisch instrument voor groei, seizoenspieken of tijdelijke druk op je cashflow.

Ook voor startende ondernemers kan het uitkomst bieden. In plaats van direct externe financiering te regelen, ontstaat er speelruimte binnen de bestaande leveranciersrelatie. En laten we eerlijk zijn: een leverancier die je al kent, stelt vaak andere vragen dan een bank.

Het is echter geen gratis geld. Je moet gewoon op tijd betalen. Maar als je betalingstermijn goed aansluit op je omzet, kan het een praktische manier zijn om je cashflow te ondersteunen.

Wat zijn de risico’s van leverancierskrediet?

De flexibiliteit van uitgestelde betaling kan aantrekkelijk zijn, maar het blijft een vorm van krediet. Dat betekent dat er ook risico’s aan verbonden zijn.

Verkooprisico:

als je voorraad inkoopt op rekening, moet je er wel zeker van zijn dat je die voorraad ook daadwerkelijk verkoopt voordat de factuur vervalt. Blijf je met producten zitten, dan heb je én voorraad op de plank én een openstaande schuld bij je leverancier.

Reputatie:

structureel te laat betalen kan je relatie met leveranciers beschadigen. En in veel branches geldt: vertrouwen bouw je langzaam op, maar raak je snel weer kwijt.

Indirecte kosten:

als je betalingstermijnen structureel oprekt, kun je te maken krijgen met minder gunstige voorwaarden betalingskortingen missen . Wat op korte termijn ruimte geeft, kan op langere termijn duurder uitpakken.

Kijk dus niet alleen naar de extra ruimte die het geeft, maar ook naar de rekening die nog komt. Past de betalingstermijn bij hoe snel jij je omzet binnenhaalt? Dan werkt het. Gebruik je het vooral om tekorten op te vangen, dan is het tijd om breder naar je geldzaken te kijken.

Tip: Structureel te laat betalen blijft niet zonder gevolgen. De Belastingdienst en andere schuldeisers rekenen gewoon rente en invorderingskosten. En die lopen sneller op dan je denkt.

Wat is de kostenvoet van leverancierskrediet?

Leverancierskrediet voelt soms kosteloos, maar dat is niet altijd het geval. De kostenvoet verwijst naar de prijs die je betaalt voor het uitstel van betaling. Je betaalt er niet altijd rente over, maar het kost vaak wél iets. Bijvoorbeeld doordat je een betalingskorting misloopt of minder gunstige voorwaarden accepteert.

Sommige leveranciers geven 2% korting als je binnen 8 dagen betaalt, terwijl de standaardtermijn 30 dagen is. Kies je voor later betalen, dan laat je die korting liggen. Voor een leverancier is uitgestelde betaling ook niet zonder risico. Hij kijkt daarom vooral naar drie dingen: hoe goed hij je kent, hoe betrouwbaar je betaalt en hoe lang hij op zijn geld moet wachten.

Werk je al jaren samen en betaal je netjes op tijd, dan krijg je meestal soepelere voorwaarden. Is er twijfel of wil je een lange betalingstermijn, dan wordt het vaak duurder. Logisch: hoe langer iemand op zijn geld moet wachten, hoe groter het risico dat hij dat wil compenseren.

Kijk daarom niet alleen naar de ruimte die het oplevert, maar ook naar wat je ervoor inlevert. Soms is het goedkoper dan een bankkrediet, soms juist niet.

Tip: 2% korting? Dat voelt als een klein bedrag waar je je schouders over ophaalt. Tot je het doorrekent op jaarbasis. Dan blijkt dat ‘kleine’ percentage ineens behoorlijk aan te tikken. Moraal van het verhaal: uitstellen is soms duurder dan het lijkt.

BridgeFund-transport-01
ted-leesbril

Afnemerskrediet versus leverancierskrediet

Wanneer het over leverancierskrediet gaat, valt soms ook de term afnemerskrediet. Het verschil is eenvoudig, maar belangrijk.

Bij leverancierskrediet ontvang jij eerst goederen of diensten en betaal je later.

Bij afnemerskrediet gebeurt het omgekeerde: jij betaalt vooraf, terwijl de levering pas later plaatsvindt.

Afnemerskrediet zie je bijvoorbeeld bij abonnementen waarbij je vooruit betaalt, of bij maatwerkopdrachten. Denk aan een producent die speciaal voor jou bedrijfskleding maakt. Door vooraf (deels) te betalen, verlaag je het risico voor de leverancier. In ruil daarvoor kun je soms een betalingskorting krijgen.

Op je balans zie je het verschil ook terug. Betaal jij later, dan staat het als schuld bij je crediteuren. Betaal jij vooruit, dan staat het bij de ander als vooruitontvangen bedrag. In beide gevallen financiert de één tijdelijk de ander. Alleen draait de richting om.

Leverancierskrediet vs. bankkrediet: uitstel is geen afstel

Leverancierskrediet komt van je leverancier en is meestal kort en overzichtelijk. Een bankkrediet is formeler: meer papierwerk, meer voorwaarden, maar vaak ook grotere bedragen. In de praktijk gebruiken veel ondernemers gewoon allebei. Het één sluit het ander niet uit. Maar laten we eerlijk zijn: krediet blijft krediet. De factuur verdwijnt niet, hij komt alleen later.

Werkt uitgestelde betaling goed voor je bedrijf, dan is het een prima hulpmiddel voor je cashflow. Maar merk je dat je steeds moet puzzelen met betalingstermijnen om alles rond te krijgen, dan kan het slim zijn om ook naar andere opties te kijken. Soms is een paar weken extra ruimte bij je leverancier genoeg. Soms heb je gewoon wat meer werkkapitaal nodig.

Extra werkkapitaal geeft je vaak net wat meer rust. In plaats van bij meerdere leveranciers om uitstel te vragen, heb je één financiering waarmee je je inkopen kunt betalen. Het geld staat meteen op je rekening, je houdt de relatie met je leveranciers ontspannen en je zit niet vast aan betalingstermijnen van 30 of 60 dagen. Handig als je voorraad wilt inkopen, wilt investeren in groei of gewoon wat extra ademruimte in je cashflow wilt.

BridgeFund-tuinieren-03

Extra werkkapitaal

Soms is een paar weken uitstel bij je leverancier genoeg. Soms is extra werkkapitaal gewoon praktischer. Wil je weten wat in jouw situatie het beste werkt? Bekijk vrijblijvend je mogelijkheden bij BridgeFund.

 

Check je mogelijkheden
BridgeFund-wholesale-02

Conclusie: van uitstel naar overzicht – kies wat bij jouw cashflow past

Leverancierskrediet is voor veel ondernemers een slimme en toegankelijke manier om ruimte in je cashflow te creëren. Je krijgt geleverd, betaalt later en houdt ondertussen je geld nog even in je bedrijf. Werkt dat goed samen met hoe snel jouw omzet binnenkomt? Dan is het een krachtig hulpmiddel voor groei en flexibiliteit.

Maar laten we eerlijk zijn: uitstel is geen oplossing voor alles. Blijf je structureel schuiven met betalingstermijnen, dan is het vaak een signaal dat je eigenlijk iets anders nodig hebt. Bijvoorbeeld extra werkkapitaal, zodat je niet afhankelijk bent van wanneer een leverancier betaald wil worden.

Wil je weten wat in jouw situatie het beste werkt? Bekijk vrijblijvend je mogelijkheden bij BridgeFund.

Veelgestelde vragen

Dat is het krediet dat een leverancier aan zijn klanten geeft. Voor de leverancier is het een vordering, voor jou als ondernemer staat het als kort vreemd vermogen onder de crediteuren.

Leverancierskrediet valt onder kort vreemd vermogen: schulden die je binnen één jaar moet terugbetalen. Het verschil met een bankkrediet is dat je het direct bij je leverancier aangaat.

Bij afnemerskrediet betaal je vooraf. Voor de leverancier staat dat bedrag als vooruitontvangen bedrag op de balans totdat de levering heeft plaatsgevonden.

Het grootste risico is dat de factuur vervalt voordat jouw omzet binnen is. Dan heb je voorraad op de plank én een leverancier die op zijn geld wacht. En geloof ons: leveranciers hebben meestal een goed geheugen als het om openstaande facturen gaat.

Zeker. Veel ondernemers gebruiken bijvoorbeeld een zakelijk krediet of werkkapitaalfinanciering. Dan staat het geld meteen op je rekening en hoef je niet bij elke leverancier te vragen of je iets later mag betalen. Scheelt soms ook een paar ongemakkelijke gesprekken.