Ook financiering bouw je zelden met maar één blokje Lego. Er zijn zes bouwstenen die samen je financieringsmix kunnen vormen:
Externe financiers vragen bijna altijd om eigen inbreng. En nee, een goed verhaal en veel enthousiasme tellen niet als eigen inbreng. Logisch eigenlijk: als jij zelf niets riskeert, waarom zou een bank of financier dat dan wel doen? Hoe hoger je eigen inbreng, hoe gunstiger de voorwaarden die je elders krijgt. Als vuistregel verwachten financiers 20 tot 30% eigen vermogen. Dit is natuurlijk wel indicatief en hangt af van de financier en de transactie zelf. Heb je dat bedrag niet zomaar op je spaarrekening staan? Dan ga je op zoek naar bouwstenen die net zo goed als eigen inbreng tellen (zie de vendor loan verderop in dit artikel).
Voor de hoofdmoot van de financiering bij grotere transacties kijk je al snel naar de bank. De bank beoordeelt de jaarcijfers van het over te nemen bedrijf, je aflossingscapaciteit en de zekerheden die je kunt bieden. Het liefst in drievoud en met een stempel erop. Het nadeel: een langere doorlooptijd en strikte voorwaarden. Het onderpand van het over te nemen bedrijf, denk aan een pand, voorraad of debiteuren, telt vaak mee, maar bij overnames met weinig harde activa, bijvoorbeeld in de dienstverlening, staat niet elke bank te trappelen. Reken op weken tot maanden aan beoordeling. De hamvraag is dan ook niet of de bank je financiert, maar of jij nog geduld hebt tegen de tijd dat ze antwoorden.
Een alternatieve financier beoordeelt op je omzet en bankhistorie, en laat de rest van de map dicht. Deze route werkt goed als aanvulling op je eigen inbreng, of als overbrugging terwijl de rest van je financiering nog rondkomt. Voor mkb-overnames waarbij snelheid en flexibiliteit tellen, biedt BridgeFund een zakelijke lening als onderdeel van je financieringsmix, afhankelijk van je aanvraag.
Soms leent de verkoper je een deel van de koopsom, de zogeheten vendor loan of achtergestelde lening. In de praktijk betekent dit dat je een deel van de koopsom nu nog niet hoeft te betalen, terwijl de verkoper daar later rendement over ontvangt. Klinkt bijna te aardig om waar te zijn, maar het is vaak in het eigenbelang van de verkoper zelf. Een verkoper die vertrouwen heeft in de nieuwe eigenaar, steekt zelf risico in de deal, en dat is precies het signaal dat andere financiers willen zien. Zij tellen deze lening vaak mee als quasi-eigen vermogen, wat je solvabiliteit een boost geeft.
Neem de fictieve Fietsenwinkel Zadel & Zo, te koop voor € 350.000. De bank financiert € 210.000 (60%), mits de jaarcijfers en zekerheden kloppen. De koper legt zelf € 70.000 eigen vermogen in (20%), en de verkoper vult de laatste € 70.000 (20%) aan met een achtergestelde lening. Drie bronnen, één deal, en niemand die in z’n eentje met de volledige rekening blijft zitten.
Bij een earn-out maak je een deel van de koopsom afhankelijk van toekomstige omzet of winst. Handig als het bedrijf leunt op goodwill, denk aan een sterke naam, trouwe klanten of een goede reputatie die niet op de balans staat, of als je stiekem twijfelt of alle klanten wel blijven hangen na de overname. Het voordeel: je financieringsdruk op dag één daalt direct. Het nadeel: de verkoper blijft op de achtergrond meekijken hoe jij het bedrijf runt, want zijn laatste plukje koopsom hangt af van jouw prestaties. Verkocht, maar nog niet helemaal losgelaten.
Huurkoop werkt zoals kopen op afbetaling: je runt de onderneming al, maar het eigendom gaat pas volledig over na de laatste betaling. Er is geen directe financieringsaanvraag voor nodig, maar let op: het bedrijf is pas echt van jou na die laatste betaling, niet na de eerste handdruk. Een geleidelijke overname via een vof of bv werkt op dezelfde logica. Elk jaar neem je een groter aandeel over, tot je uiteindelijk de volledige eigenaar bent. Fijn als je eerst wilt proefdraaien voordat je alles in één keer overneemt.