Veelgestelde vragen
De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers (wet BAZ) is nog niet van kracht. Het voorstel ligt bij de Raad van State en wordt waarschijnlijk pas vanaf 2030 ingevoerd. Tot die tijd bepaal je zelf of je een arbeidsongeschiktheidsverzekering ondernemer afsluit of kiest voor een alternatief, zoals een broodfonds.
De arbeidsongeschiktheidsverzekering kosten zzp liggen gemiddeld tussen de vijf en tien procent van je bruto-inkomen. Voor de meeste ondernemers betekent dat een premie tussen de €150 en €300 per maand. De prijs hangt af van je beroep, leeftijd, dekking en wachttijd. De arbeidsongeschiktheidsverzekering premie is bovendien fiscaal aftrekbaar, waardoor je netto minder betaalt.
Volgens het voorstel keert de arbeidsongeschiktheidsverzekering zzp verplicht straks 70% van je winst vóór arbeidsongeschiktheid uit, met een maximum op het niveau van het minimumloon. De uitkering start na een wachttijd van twee jaar.
Goed nieuws: heb je al een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, dan kun je straks vrijstelling krijgen van de verplichte regeling. Voorwaarde is dat je bestaande polis minstens dezelfde dekking biedt als de wettelijke variant (denk aan wachttijd en eindleeftijd).
Ja. De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers biedt alleen een basisinkomen. Wil je sneller of meer dekking, dan kun je een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. Zo combineer je het vangnet van de wet BAZ met de flexibiliteit van een particuliere AOV.
Bij een particuliere AOV kun je afspreken dat je een deel van het verzekerd bedrag ontvangt als je nog deels kunt werken. Hoe dit precies wordt geregeld binnen de wet BAZ is nog niet volledig uitgewerkt, maar het kabinet heeft aangegeven dat gedeeltelijke uitkeringen waarschijnlijk onderdeel worden van de regeling.
Ja, de premie van een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering is aftrekbaar van je winst. Voor de verplichte AOV (wet BAZ) is de verwachting dat de premie ook fiscaal wordt meegenomen, maar dit moet nog officieel worden bevestigd in het Belastingplan.
Er zijn verschillende opties, zoals een broodfonds, schenkkring of het opbouwen van een eigen buffer. Ze zijn vaak goedkoper, maar bieden minder dekking en kortere zekerheid (meestal maximaal twee jaar).





