Niets maakt de milieu-investeringsaftrek zo helder als een paar concrete voorbeelden. Hieronder zie je precies wat de MIA-regeling in 2026 kan opleveren voor verschillende situaties.
Voorbeeld 1: investering in categorie II (36 procent MIA)
Stel: je investeert € 100.000 in een milieuvriendelijke machine die op de Milieulijst staat in categorie II.
- 36 procent MIA betekent € 36.000 extra aftrek.
- Bij een IB-tarief van 36,93 procent levert dat ongeveer € 13.294 belastingvoordeel op.
En dat komt dus bovenop de gewone afschrijving. Je betaalt in de praktijk flink minder belasting in het jaar van investeren.
Voorbeeld 2: investering in categorie III (45 procent MIA)
Je koopt een circulair apparaat met een investeringsbedrag van € 60.000 en een categorie III-code.
- 45 procent MIA = € 27.000 extra aftrek.
- Tegen een tarief van 36,93 procent scheelt dit ruim € 9.900 aan belasting.
Ideaal voor ondernemers die serieuze stappen willen zetten richting verduurzaming én hun liquiditeit willen beschermen.
Voorbeeld 3: combinatie MIA en VAMIL voor betere cashflow
Een ondernemer schaft een milieuvriendelijk productiemiddel aan voor € 80.000 dat zowel in aanmerking komt voor de milieu-investeringsaftrek (36 procent) als voor VAMIL.
- MIA: 36 procent van € 80.000 = € 28.800 extra aftrek.
- Vamil: je mag tot 75 procent van de investering willekeurig afschrijven, bijvoorbeeld volledig in het eerste jaar.
Dit levert geen extra aftrek op, maar geeft je wél directe grip op je winst en cashflow. Zeker slim als je jaarresultaat hoger uitvalt dan verwacht.
Voorbeeld 4: wat gebeurt er als je binnen vijf jaar verkoopt?
Je kocht in 2026 een milieuvriendelijk apparaat voor € 40.000 met 36 procent MIA. Je ontving dus € 14.400 extra aftrek. In 2029 verkoop je het apparaat voor € 20.000. Omdat je binnen vijf jaar verkoopt, kan er een desinvesteringsbijtelling gelden. Het bedrag dat je moet terugbetalen, hangt af van de verkoopprijs en de wettelijke regels.
De regeling blijft in 2026 grotendeels vertrouwd, maar ieder jaar schuift de overheid aan de knoppen van de Milieulijst. Soms een beetje, soms flink. Hieronder vind je de belangrijkste ontwikkelingen en trends om rekening mee te houden.
Voor 2026 blijven de aftrekpercentages gelijk: 27 procent, 36 procent en 45 procent. Dat betekent dat ondernemers die al plannen hadden, niet verrast worden door plotselinge tariefwijzigingen.
RVO past jaarlijks de Milieulijst aan. In de praktijk betekent dit:
- middelen kunnen worden toegevoegd
- middelen kunnen worden geschrapt of verplaatst
- eisen kunnen strenger worden (denk aan minimale prestaties of energieklassen)
Elektrische bestelbussen zijn hier een goed voorbeeld van. Waar ze vroeger standaard op de lijst stonden, vallen veel modellen de laatste jaren juist buiten de regeling. De details zitten hem in de technische criteria. Daarom is het slim om altijd de actuele Milieulijst te controleren voordat je iets koopt.
Ontwikkelingen laten zien dat de regeling zich meer richt op:
- circulaire productiesystemen
- emissiereductie in de industrie
- innovatieve klimaatsystemen
- energie-efficiënte installaties
Kortom: hoe meer echt milieueffect, hoe groter de kans op een hogere categorie.
Op dit moment zijn er geen grote beleidswijzigingen aangekondigd voor 2026. Wel kan de Milieulijst inhoudelijk verschuiven zodra RVO zijn nieuwe versie publiceert. Denk hierbij aan aangescherpte technische eisen, nieuwe categorieën voor circulaire technologie en het vervallen van verouderde of te brede codes.
Hoewel niet iedere ondernemer het in de gaten houdt, werkt de MIA met een jaarlijks overheidsbudget. In de afgelopen jaren was er geen sprake van overschrijdingen, maar de overheid monitort de regeling actief. Grote investeringsgolven kunnen dus op termijn tot aangepaste criteria leiden.